image

Solidariteitsbijdrage voor bedrijfswagens: bedragen vanaf 1 januari 2021 zijn bekend!

Wanneer u aan één van uw werknemers een bedrijfswagen ter beschikking stelt en hij deze ook voor privédoeleinden mag gebruiken, dan zal u hiervoor een solidariteitsbijdrage moeten betalen aan de RSZ.

De solidariteitsbijdrage is afhankelijk van de CO2-uitstoot van het voertuig, maar ook van het type brandstof. De berekeningsformule wordt elk jaar op 1 januari geïndexeerd op basis van het gezondheidsindexcijfer van de maand september.

Vanaf 1 januari 2021 zal het bedrag van de solidariteitsbijdrage als volgt worden berekend:

Benzinevoertuigen: [( CO2-uitstoot x 9) – 768] : 12 x 1,3222

Dieselvoertuigen:    [( CO2-uitstoot x 9) – 600] : 12 x 1,3222

LPG-voertuigen:      [( CO2-uitstoot x 9) – 990] : 12 x 1,3222

De minimumbijdrage per maand ligt vanaf 1 januari 2021 vast op € 27,54. De bijdrage voor de elektrisch aangedreven voertuigen bedraagt eveneens € 27,54 per maand.

Voor voertuigen waarvan de CO2-uitstoot niet gekend is, wordt de CO2-uitstoot bepaald op 182 gr/km voor benzinevoertuigen en op 165 gr/km voor dieselvoertuigen. Dit brengt vanaf 1 januari 2021 een solidariteitsbijdrage van € 95,86 met zich mee voor de benzinevoertuigen en van € 97,51 voor de dieselvoertuigen.

De DIV beschikt over twee verschillende CO2-uitstootgehaltes bij nieuwere voertuigen (een NEDC-waarde en een WLTP-waarde). In een overgangsperiode tot eind 2020 is het de NEDC-waarde vermeld in de tabel (code 49.1) van het gelijkvormigheidsattest van het voertuig (gecombineerde CO2-waarde) en niet de WLTP-waarde (code 49.4), die gebruikt moet worden voor de berekening van de solidariteitsbijdrage.

Zodra het duidelijk is welke waarde vanaf 2021 gebruikt moet worden voor de berekening van de solidariteitsbijdrage aan de RSZ komen wij hierop terug.